de langstlevende

Het Nederlandse erfrecht heeft als uitgangspunt dat in geval van een huwelijk of geregistreerd partnerschap de langstlevende goed verzorgd moet achterblijven. Dat vinden kinderen over het algemeen geen probleem, behalve als de verhoudingen verstoord zijn of als de langstlevende niet hun eigen vader of moeder is. Toch is daar in de meeste gevallen weinig aan te doen, behalve als er in het testament op dit punt is afgeweken van de wet.

wettelijke verdeling

Als de wettelijke verdeling van toepassing is heeft de langstlevende, net als de kinderen, recht op een kindsdeel. Dit wordt nogal eens onrechtvaardig gevonden “omdat hij of zij al de helft krijgt”. Maar dat klopt niet. Wanneer er sprake is van een gemeenschap van goederen en er komt een echtgenoot te overlijden dan wordt eerst de gemeenschap van goederen verdeeld. De ene helft behoort toe aan de overledene, dat is diens nalatenschap, en de andere helft ìs al van de langstlevende op grond van het huwelijksgoederenrecht. Die helft behoort dus niet tot de nalatenschap en wordt dus ook niet geërfd. De nalatenschap is dus -grof gezegd- 50% van de gemeenschap van goederen en de kinderen en de langstlevende hebben recht op een gelijk deel (van die helft van de gemeenschap van goederen).

onterven?

In tegenstelling tot wat veel mensen denken kan de langstlevende echtgenoot of partner onterfd worden. Los van het feit dat dit veelal een enorme schok is voor degene die achterblijft, kan het grote financiële gevolgen hebben, bijvoorbeeld als de echtelijke woning verkocht zou moeten worden. Omdat het onterven van de langstlevende in strijd is met het wettelijke uitgangspunt van verzorgd achterblijven, biedt de wet een aantal voorzieningen voor de onterfde echtgenoot. De rechter kan gevraagd worden om een vruchtgebruik op de echtelijke woning èn op de inboedel. De termijnen voor het vragen van een dergelijke voorziening zijn kort, wacht daarom niet te lang met het vragen van juridisch advies.

langstlevende niet de ouder van de kinderen

Kinderen krijgen in de meeste gevallen een niet-opeisbare vordering op de langstlevende. Maar wat nu als de minderjarige kinderen van de overledene niet de kinderen zijn van de langstlevende? En als die kinderen ook nog minderjarig zijn? Dan ontstaat de wat vreemde situatie dat de langstlevende met de nalatenschap van erflater in het onderhoud van zichzelf en eventueel zijn of haar eigen kinderen kan voorzien, terwijl de minderjarige kinderen van erflater moeten wachten tot de langstlevende overlijdt. Ook daarvoor biedt de wet een voorziening. De wettelijke vertegenwoordiger van de minderjarige kinderen, meestal de “andere” ouder, kan ten behoeve van de verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen een “som ineens” vragen. Met vragen van die voorziening moet niet te lang gewacht worden, er zit een korte vervaltermijn op.

neem vrijblijvend contact op!

 
maddie@wismanadvocatuur.nl